Je mag weer naar huis! Wat ben ik trots op je. Je hebt het super gedaan!
Rust nemen
Thuis is het fijn om even rustig aan te doen. Je lichaam heeft hard gewerkt!
Pleisters en verbandjes
Misschien heb je een pleister. Die beschermt je. Laat het lekker zitten!
Trots zijn
Je bent heel dapper geweest! Het is oké als je het spannend vond. Maar je deed het!